9 / 9
Stabiliteit, voorspelbaarheid en uniformiteit. Dat is wat een erfpachtstelsel zou moeten bieden aan iedereen die er onderdeel van uitmaakt.
Op Terschelling ontbreken deze drie al meer dan twee decennia. Niet bij gebrek aan adviezen. Sinds 2001 ligt er een unaniem bindend advies met acht concrete aanbevelingen. De kern daarvan, die nu nog steeds van toepassing zou zijn:
- Looptijd van 50 jaar of onbepaalde tijd, niet 30 jaar.
- Een eenduidige en controleerbare omschrijving van grondwaarde en canonpercentage bij uitgifte.
- Een onder en bovengrens bij herziening, met de bovengrens op maximaal het dubbele van de vorige canon.
- De mogelijkheid voor de erfpachter om de canon af te kopen voor de gehele duur.
Onder de eenzijdig door SBB bepaalde AVV 2022 is de canonberekening voor de erfpachter ondoorzichtig en niet zelfstandig te controleren. Meerdere variabelen waaraan kan worden gedraaid, met in de praktijk exorbitante verhogingen als gevolg. Hoe ver de zekerheid reikt blijkt uit de verkoopadvertenties: daar staat standaard vermeld dat het canonbedrag kan wijzigen.
Na 2001 volgden Grapperhaus (2003), Bleker (2011), Van der Werf (2013), het Midsland-compromis (2015) en de opinie Van Weeren (2022). De rode draad: van elk advies werd selectief overgenomen wat het stelsel financieel sterker maakte voor de uitgevende kant, en losgelaten of geblokkeerd wat het stelsel zekerder zou maken voor de erfpachter. Het patroon laat zich moeilijk anders lezen. Voor de duingebieden gold steeds dat zij in elke regeling, ingroeiperiode of afkoopvariant werden uitgesloten, met uitzondering van een eenmalig aanbod voor 99-jarige afkoop.
In diezelfde 25 jaar werden woningen één voor één verkocht. Elke transactie legde een nieuw, hoger referentiepunt vast in de notariële registers, en werkte door in de canon van de buren bij de volgende herziening. Zonder eenduidig stelsel, zonder correctie voor het feit dat er erfpacht op de grond rust, en zonder dat zittende erfpachters konden zien wat er gebeurde.