Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf (RVOB) · 25 oktober 2011

Een dag voor het Algemeen Overleg over SBB schrijft de staatssecretaris van Financiën aan staatssecretaris Bleker dat het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf een andere lijn hanteert dan SBB.

Wat het document is

De brief is afkomstig van de staatssecretaris van Financiën en gericht aan staatssecretaris Bleker (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie). De brief is geschreven naar aanleiding van het Algemeen Overleg over SBB dat de volgende dag (26 oktober 2011) in de Tweede Kamer plaatsvond. Het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf (RVOB), destijds onderdeel van het Ministerie van Financiën, voelde zich betrokken bij het dossier en wilde zijn opvattingen vooraf 'duidelijk naar voren brengen'.

Twee 'rijksaanpakken'

De brief beschrijft hoe de staatssecretaris van Financiën signaleert dat er bij verschillende rijksonderdelen verschillende aanpakken bestaan voor erfpachtcontracten.

Voor **(recreatie)woningen** geeft hij aan bereid te zijn de aanbevelingen van het advies Groothuis/Zevenbergen te volgen, zowel voor het bepalen van de grondwaarde als voor het canonpercentage. Daarmee zou volgens hem 'geen verschil ontstaan tussen erfpachters van SBB en erfpachters van het RVOB, die veelal in dezelfde omgeving van hun woning genieten'.

Voor **zakelijke erfpachtovereenkomsten** (niet-woningen) hanteert het RVOB volgens de brief één 'rijkslijn'. Deze houdt in: een canon gebaseerd op 100% van de volle vrije grondwaarde, en een canonpercentage gebaseerd op 10-jarige staatsobligaties zonder inflatiecorrectie plus een opslag van 1%.

De oproep aan SBB

De brief stelt dat het volgen van de aanbevelingen van Groothuis/Zevenbergen voor zakelijke erfpachtovereenkomsten 'tot niet-marktconforme prijzen kan leiden en mogelijk zelfs elementen van staatssteun kunnen bevatten'. De staatssecretaris nodigt SBB 'nadrukkelijk uit de bestaande rijkslijn te volgen' voor zakelijke erfpachters, zodat er eenheid ontstaat in de behandeling van particuliere en zakelijke erfpachters bij SBB en het RVOB.

Verkoop op de Waddeneilanden

De brief eindigt met een opmerking over verkoop. Mocht SBB een aantal onroerende zaken op de Waddeneilanden verkopen, dan moet volgens 'de bestaande wettelijke regels' elke verkoop door de staatssecretaris van Financiën vooraf worden goedgekeurd. Daarbij toetst hij of de verkoopprijs marktconform is, 'waarbij als uitgangspunt geldt dat deze prijs wordt vastgesteld op 100% van de volle vrije grondwaarde'.

De bijgevoegde werkinstructie

Bij de brief was een werkinstructie van het RVB gevoegd over canonvaststelling. Deze beschrijft dat de canonvaststelling plaatsvindt 'door een taxatie van de vrije verkoopwaarde van de erfpachtzaak door een (interne of externe) taxateur onder de fictie van volledig eigendom'. Daarbij gaat het om de actuele waarde van de bij uitgifte geleverde (ruwe) bouwgrond en de daarbij behorende bestemming. De omvang van de investeringen van de erfpachter wordt 'buiten beschouwing gelaten'.

De werkinstructie maakt onderscheid tussen vier categorieën erfpacht:

- **Agrarische erfpachten**, methodiek volgens het Handboek agrarische domeingronden - **Natuur-erfpachten**, geen rendementspercentage; nieuwe canon van € 1 per ha - **Erfpachten op verzorgingsplaatsen** (benzinestations, wegrestaurants, servicestations), aparte vergoedingssystematiek - **Erfpachten recreatiewoningen**, canon bepaald door 75% van de volle vrije grondwaarde te vermenigvuldigen met de som van een aantal percentages volgens Groothuis/Zevenbergen

Waarom dit document relevant is

De brief laat zien dat er binnen de Rijksoverheid al in oktober 2011 geen eensluidende aanpak was van erfpacht. Het RVOB wilde dat SBB de rijkslijn voor zakelijke contracten zou volgen. In Blekers Kamerbrief van een week later werd voor (recreatie)woningen de Groothuis/Zevenbergen-systematiek aangekondigd met de drie matigingsregelingen.

De volledige tekst

De brief plus bijlage beslaat 5 pagina's. Open de PDF voor de volledige tekst.

Open origineel als PDF
EilandErfpachtMediaProfiel