Raad van State ยท 16 januari 2019

ECLI:NL:RVS:2019:114 โ€” hoger beroep VTE over Wob-verzoek ongegrond.

ECLI:NL:RVS:2019:114

Uitspraak 201800063/1/A3 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, uitgesproken op 16 januari 2019. Hoger beroep van de Vereniging Terschellinger Erfpachters tegen de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (voorheen: de minister voor Wonen en Rijksdienst).

De aanleiding: taxatie van het bloot eigendom

Staatsbosbeheer is eigenaar van verscheidene percelen op Texel, Vlieland en Terschelling en heeft die in erfpacht uitgegeven. In verband met de voorgenomen verkoop aan de erfpachters heeft een commissie van deskundigen een rekenmodel ontwikkeld waarmee het bloot eigendom gewaardeerd kan worden. Kendes Rentmeesters & Adviseurs paste dit model toe op zestien percelen, waarvan drie op Terschelling.

Het RVOB voerde een eigen waardering uit met de residuele waarde methode en legde die vast in het rapport 'Toets waarde bloot eigendom SBB' van 9 april 2014. De verschillen tussen de uitkomsten van Kendes en het RVOB waren zo groot dat het RVOB de minister adviseerde in geen enkel geval goedkeuring te verlenen. Om die reden gaf de minister onderzoekers van de Universiteit Maastricht en de Universiteit van Amsterdam opdracht de methode te valideren, neergelegd in het validatierapport van 30 maart 2016.

Het Wob-verzoek

Bij brief van 21 april 2016 verzocht de vereniging de minister het rapport openbaar te maken. De minister willigde het verzoek gedeeltelijk in en weigerde sommige gegevens op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b en g, van de Wob. Op pagina 11 zijn de waarden van het bloot eigendom van drie percelen op Terschelling weggelakt, evenals diverse rekenmodellen en berekeningen in de bijlagen.

Volgens de minister weegt het financiele belang van de Staat zwaarder dan openbaarmaking: door openbaarmaking van de weggelakte gegevens zouden potentiele kopers in staat worden gesteld de waarde van het bloot eigendom te bepalen, zodat zij hun biedingen daarop kunnen afstemmen.

Het oordeel van de Afdeling

De Afdeling acht het aannemelijk dat potentiele kopers uit de geheime gegevens de waarde van hun percelen kunnen afleiden en hun biedingen daarop kunnen afstemmen, zodat die mogelijk lager uitvallen. Omdat de onderhandelingspositie van Staatsbosbeheer of de Staat daardoor nadelig wordt beinvloed, kunnen hun financiele belangen in ernstige mate worden geschaad.

Dat er een plicht bestaat om percelen tegen marktconforme prijzen aan te bieden, laat onverlet dat er ruimte is om binnen een zekere bandbreedte te onderhandelen, nu het begrip 'marktconforme prijs' niet eenduidig is. De slotsom is dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de minister aan de financiele belangen van Staatsbosbeheer en van de Staat een groter gewicht heeft mogen toekennen dan aan het belang van openbaarmaking.

Beslissing

Het hoger beroep van de vereniging is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

De volledige tekst

Dit is een samenvatting. Open de PDF voor de volledige uitspraak.

Open origineel als PDF
EilandErfpachtMediaProfiel