Een masterscriptie van Ineke Noordhoff, ingediend in januari 2013 als afsluiting van de master Landschapsgeschiedenis aan de Faculteit der Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen. Het is een academisch werk van meer dan 160 pagina's.
De scriptie onderzoekt het historisch gebruik van de duinen op Terschelling, en de relatie tussen dat gebruik en duinverstuiving. De centrale focus ligt op de *oerol*, de 'overal-beweiding', het recht van Terschellinger boeren om hun vee overal in de duinen te laten grazen. Dit gebruik was een commons: een gedeelde hulpbron waar meerdere gebruikers rechten op hadden.
De scriptie behandelt achtereenvolgens: - Duinontstaan en geomorfologie van Terschelling - Historisch gebruik: beweiding, konijnenteelt, bosbouw en toerisme - De oerol in detail: omvang, regels, actoren en de geleidelijke inperking ervan - Duinverstuivingsgeschiedenis en de oorzaken daarvan - De rol van Staatsbosbeheer in het bestuur van het duingebied - De commons-theorie als analytisch kader (Ostrom, De Moor)
Noordhoff gebruikt de commons-theorie van Elinor Ostrom en Martina de Moor om het historische gebruik van de duinen te analyseren. Ze beschrijft hoe een systeem van gedeeld gebruik met eigen regels en toezicht functioneerde, en hoe dat systeem veranderde toen Staatsbosbeheer het beheer overnam.
De scriptie biedt historische diepgang over de relatie tussen Terschellinger bewoners en de grond die nu door SBB wordt beheerd. Ze laat zien dat de duinen eeuwenlang door de eilandbewoners zelf werden gebruikt en gereguleerd, en dat de overgang naar gecentraliseerd eigendom een breuk met die traditie betekende.