Na de oplevering van het rapport van de Commissie Van der Werf in juni 2013 verwachtten SBB en de erfpachtersverenigingen een snelle toetsing door het RVB. Proeftaxaties voor Texel, Vlieland en Terschelling waren afgerond op basis van de nieuwe methode.
De goedkeuring kwam niet.
Het RVB liet weten de methode niet te kunnen onderschrijven. De bezwaren betroffen onder meer:
- de marktwaarde die volgens het RVB hoger zou moeten liggen dan de WOZ-waarde - twijfel over de gehanteerde afslag van 25% voor de erfpachtsituatie (depreciatie) - zorgen over meerwaarde bij doorverkoop
Gevolg: maanden vertraging en onduidelijkheid voor de erfpachters.
In de zomer van 2014 vroegen SBB en de Vereniging Terschellinger Erfpachters gezamenlijk om ingrijpen door minister Blok (verantwoordelijk voor het RVB) en staatssecretaris Dijksma (verantwoordelijk voor SBB).
Het politiek overleg leverde geen resultaat op. Het RVB bleef de methode Van der Werf afwijzen.
In het najaar van 2014 kwam SBB met een alternatief: WOZ-waarde maal grondquote, verminderd met 75% depreciatie, plus een meerwaarderegeling. Voor Landerumerheide kwam dit neer op circa 45% van de WOZ-waarde, voor Recrea op circa 57%.
Voor verschillende percelen lagen deze bedragen aanzienlijk hoger dan de uitkomsten op basis van de methode Van der Werf.
In dezelfde periode werden bosgronden door het Rijk verkocht voor ongeveer €20 per m². Erfpachters van SBB op Terschelling kregen bedragen aangeboden in de orde van €150 per m². De Vereniging Terschellinger Erfpachters wees op dit verschil zonder dat dit tot bijstelling van de aanpak leidde.
De overleglijn die in 2013 was ingezet liep in 2014 vast. De Vereniging Terschellinger Erfpachters richtte twee werkgroepen op: een juridische commissie ter voorbereiding van eventuele procedures, en een werkgroep media en communicatie voor de politieke en publieke koers.
De correspondentie en standpuntwisselingen tussen het RVB, SBB en de erfpachtersverenigingen vormen samen het dossier 2014. Een deel daarvan is openbaar via Kamerstukken en WOB-verzoeken die in de jaren daarna zijn ingediend.